Maatschappelijk Activeringscentrum, ervaringsdeskundigen aan zet

Geef de mensen om wie het gaat een belangrijke rol bij de zoektocht naar oplossingen

“Dit gun ik elke bijstandsgerechtigde.” Duidelijker dan met deze ontboezeming van deelnemer Autje kunnen we niet onder woorden brengen wat het Maatschappelijke Activeringscentrum (MAC) betekent voor de deelnemers. Radar was in het eerste decennium van deze eeuw intensief betrokken bij de ontwikkeling en ondersteuning van tientallen van deze centra in Nederland. Het principe erachter is simpel. Mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt bieden in de wijk, onder begeleiding en na inventariserend onderzoek, diensten en activiteiten aan of voeren zinvolle klussen uit.

  • Text: Diederik Ludwig
  • Illustraties : Activeringsmedewerkers

Ervaringsdeskundigen

Vanaf het eerste begin heeft Radar de klant van de klant betrokken bij de uitvoering van opdrachten. Of het nou gaat om bewoners, uitkeringsgerechtigden of patiënten, zij waren en zijn nog altijd de ware ervaringsdeskundigen. Veel burgers hebben tegenwoordig het gevoel buiten spel te staan. Terwijl juist zij de grootste bijdrage kunnen leveren aan oplossingen. Bovendien snijdt het mes van de aanpak met inzet van ervaringsdeskundigen aan twee kanten. Omdat alle partijen erbij betrokken zijn hebben uiteindelijke oplossingen een breed draagvlak, waardoor ze ook écht werken. Tegelijkertijd komen de betrokken klanten steeds meer in beweging en nemen ze de regie over hun leven terug. Al dan niet met een basisbaan, Melkertbaan of hoe we zo’n baan heden ten dage willen noemen.

Expert en eigenaar

De activeringscentra zijn gestoeld op de overtuiging dat uitkeringsgerechtigden geen slachtoffer of lijdend voorwerp zijn, maar juist expert en eigenaar van hun eigen dilemma. In 2005 kreeg Radar de mogelijkheid om dat principe verder uit te werken. Samen met de vier pilotgemeenten Alphen aan den Rijn, Culemborg, Ede en Almelo schreef het bureau voor sociale vraagstukken in op een IPW-traject (InnovatieProgramma Werk en bijstand). In het ingediende voorstel stond dat het concept van het Maatschappelijk Activeringscentrum beoogde om ‘de duurzame activering en re-integratie van de harde kern van het uitkeringsbestand en de dienstverlening in wijk en buurt te combineren’.

Avontuur

Het basisidee om werklozen zinvol aan het werk te zetten en niet thuis achter de geraniums te laten zitten was ook in 2005 al niet nieuw. Er bestond een brede traditie van werkontwikkelingsbedrijven, centra voor dagbesteding, sociale werkplaatsen en talloze andere sociale activeringsprojecten, met name in de wijken van grote steden. Maar die waren op dat moment voor het merendeel weer verdwenen door krimpende budgetten in de welzijnssector. “De activeringscentra pasten prima in zowel landelijk als plaatselijk beleid”, kijkt projectleider Rogier den Uyl en destijds directeur van RadarGroep terug. “Het ging om de uitbreiding en bundeling van bestaande werkzaamheden, maar dan met de grote eigen rol van de inwoner zelf als innovatieve invalshoek.” Uitgangspunt was niet bedenken vóór, maar laten bedenken én uitvoeren dóór. Het concept bleek in iedere gemeente een nieuw, inspirerend avontuur op zich.

Innovatieve elementen

Het MAC was op verschillende terreinen dus wel degelijk vernieuwend. Hoe kan het ook anders, als je inschrijft op een Innovatieprogramma.

  • De centra hadden de nadrukkelijke intentie om aan de slag te gaan met moeilijk plaatsbare werklozen, zonder daarbij overigens andere groepen die in een achterstandssituatie verkeren uit te sluiten.
  • De werkomgeving was net als bij betaald werk: afspraken nakomen, op tijd komen, samenwerken, elkaar aanspreken op houding en gedrag en stimuleren naar het perspectief van scholing en werk.
  • Een sterk punt van de formule van activeringscentra was dat de sociale dienst ze konden beschouwen als een soort lang assessment, om te zien waartoe langdurig werklozen in staat waren. De energie en daadkracht was verrassend voor menig consulent, manager en wethouder. Tegelijkertijd ontdekten uitkeringsgerechtigden waar ze goed in waren en wat ze leuk vonden.
  • De deelnemers activeerden zelf andere werklozen en inventariseerden welke behoefte er in de buurt was.
  • De aangeboden diensten en activiteiten waren behalve op de wensen uit de buurt vooral afgestemd op de capaciteiten van de deelnemers.
  • De centra zochten samenwerking met organisaties die al diensten aanboden in de wijk.

In de film Maatschappelijk Activeringscentrum leggen de deelnemers zelf haarfijn uit wat het concept van de centra inhoudt:

Vertrouwen

Maar laten we nog even een beeld schetsen van die tijd. De economie stond er prima voor. De wereld was inmiddels opgekrabbeld na het uit elkaar spatten van de eerste internetbubble. Nederland kende, net als nu, een lage werkloosheid en de eerste Wmo zat er aan te komen. Een ideaal moment voor gemeenten om extra aandacht te besteden aan het zogenoemde granieten bestand van bijstandsgerechtigden. Radar heeft altijd het principe gehanteerd dat de kracht bij deze doelgroep veel groter is dan de diverse instanties vermoeden. “Zeker toen bestond er een wijdverspreid verwijt dat bijstandsgerechtigden niet gemotiveerd waren”, aldus adviseur Clemens de Jager. “Maar waar moet die motivatie vandaan komen als je totaal geen zicht hebt op wat de toekomst je zal brengen.” Dus vanuit de basisgedachten van vertrouwen en eigen kracht ontstond het concept MAC.

Methode

Het activeringscentrum als instrument maakt gebruik van de intrinsieke motivatie van zowel individu als groep, vanuit de doelgroep zelf. Deelnemende uitkeringsgerechtigden motiveren en enthousiasmeren hun lotgenoten en krijgen de gelegenheid zelf hun route uit te stippelen. Het activeringscentrum betekent écht voor en door. Leuk idee natuurlijk, maar waar begin je dan? En wat betekent het voor de manier van werken van iedereen? In ieder geval begon het in 2005 voor de deelnemers met twee opeenvolgende trainingen.

Ik als interviewer
Het activeringstraject van de deelnemers begon met de training Ik als interviewer. Met de kennis die ze daarbij opdeden, stelden ze eerst een vragenlijst samen, waarmee ze vervolgens interviews in de wijk gingen afnemen. Dat werkte voor de deelnemers zelf activerend, waarbij het groepsproces ook nog eens een olievlekwerking had. Tegelijkertijd kreeg de gemeente een beter beeld van wat er speelde in de wijk. Mede dankzij het activeringsonderzoek konden vraag en aanbod per wijk op elkaar worden afgestemd. Deze fase had voor de deelnemers al een eigen dynamiek, ze groeiden in hun rol en er vond een mentaliteitsverandering plaats.

Ik als activeringsmedewerker
De tweede training die de deelnemers volgden, was Ik als activeringsmedewerker. Uitkomst van die training moest zijn dat activeringsmedewerkers op basis van een vast contract het centrum draaiende gingen houden. De focus lag daarbij op de verdere ontwikkeling van de persoonlijke vaardigheden om effectief te kunnen begeleiden, stimuleren, motiveren en activeren. Zij moesten immers bezoekers uit de wijk gaan helpen en begeleiden. Tevens kwamen aspecten als samenwerking en bedrijfsvoering aan bod.

Uiteenlopende diensten

Simpel gezegd ziet het traject er als volgt uit: bijstandsgerechtigden zodanig activeren dat zij zelf de wensen in de wijk inventariseren. Op basis daarvan stellen zij een dienstenpakket samen dat mede aansluit op hun eigen capaciteiten. Daaruit komen uiteenlopende diensten voort, zoals trainingen voor het opzetten van een eigen bedrijf, sollicitatievaardigheden, computerles, fietsles, formulierenbrigade, hulp bij schuldenlast, klusjesdienst, boodschappendienst en gezelschap.

Anders denken en werken

Het concept van het activeringscentrum was op hoofdlijnen uitgewerkt, mede gebaseerd op eerdere praktijkervaringen van Radar op kleinere schaal. Toch voelde het alsof alle betrokkenen zich bij de start in een groot avontuur stortten. De bijstandsgerechtigden zelf, de klantmanagers vanuit de gemeente, de betrokken adviseurs als kwartiermakers. Iedereen moest leren om op een heel andere manier te denken en werken.

Bijstandsgerechtigden
“Eerst dacht ik laat maar, weer zo’n plannetje dat bedacht is achter een bureau”, zegt Tessa. Maar ik ben er aan mee gaan doen toen ik hoorde dat wij als direct betrokkenen al vóóraf bij het idee betrokken werden en niet pas als alles al helemaal was uitgetekend.”
Bekijk ook de film Maatschappelijk Activeringscentrum uit 2007, waarin de deelnemers zelf uitleggen wat het concept inhoudt.

Begeleiding in het centrum
“Onze rol veranderde naar vooral begeleidend, coachend, motiverend. Dat betekende in veel gevallen ook vooral ‘op onze handen zitten, luisteren en vragen stellen’, omdat ze het zelf moesten ontdekken. Maar juist daarom heb ik nog altijd warme herinneringen aan de activeringscentra”, aldus adviseur Han Riksten. “Het uiteindelijke doel verschilde nog weleens, maar altijd gingen we uit van het basisprincipe dat mensen zelf het beste weten wat ze nodig hebben. En dat ze zelf ook het meest gemotiveerd zijn om de noodzakelijke veranderingen teweeg te brengen.”

Klantmanagers
Maar ook de rol van klantmanagers vanuit de gemeente veranderde ingrijpend. “Ik werd speciaal vrijgemaakt om de deelnemers aan het activeringscentrum te begeleiden”, aldus klantmanager Irene Goedhart. “Omdat ik halve dagen op het centrum aanwezig was, maakte ik van nabij mee wat de problemen van de deelnemers waren. Dat maakte het een stuk eenvoudiger om samen met hen naar een oplossing te zoeken. Ook kreeg ik een veel beter beeld van de potentie van de mensen.”

Broedplaats

In de praktijk ontwikkelen de activeringscentra zich vooral tot broedplaats. Gemeente en vooral de deelnemers zelf kunnen ermee ontdekken waar ze aan toe en toe in staat zijn. “Wij waren er om te faciliteren, zodat zij konden doen waar ze goed in waren,” aldus Clemens. “Het ging namelijk niet om het onderwerp, maar om de ontwikkeling van eigenwaarde en zelfvertrouwen. Zo heb ik in de raad een keer een breiproject verdedigd. Gewoon omdat een van de deelnemers van breien hield en daar haar energie uit putte. Je kunt dan ook nooit vooraf vastleggen welke activiteiten een activeringscentrum gaat aanbieden. De groep verandert steeds, en telkens weer moet je de behoefte van het moment de ruimte geven.” “En natuurlijk blijft er dan altijd nog het streven om die diensten ook aan te laten sluiten op de wensen in de wijk,” vult Han aan.

Ontmoetingsplek

Een belangrijke wijkfunctie heeft het MAC vanaf het begin alvast te pakken, namelijk die van ontmoetingsplek. In feite is het een leer- en ontwikkelomgeving voor de doelgroep, waarbij de omringende bewoners kunnen profiteren van de voorzieningen die dat met zich meebrengt. Elham groeide indertijd enorm in haar rol van activeringsmedewerker en reageerde toen als volgt: “Ik leer op deze manier heel veel. En na al die jaren uitkering kan ik eindelijk iets terugdoen voor de gemeente. Ik voel me daar heel goed bij, voel me gewaardeerd. De mensen die wij spreken zijn vaak boos op de gemeente, uit frustratie, ze voelen zich onbegrepen. Als ze met ons praten is dat op basis van gelijkwaardigheid. En we kunnen ze verder helpen, met advies, informatie over cursussen die beschikbaar zijn of door ze door te verwijzen.”

Achter de voordeur

Daarmee benoemt Elham nog een belangrijk element van het activeringscentrum, met name voor gemeenten. Buurtbewoners benaderen en spreken mede-buurtbewoners aan de deur. Dat biedt een unieke mogelijkheid om, zogezegd, ‘achter de voordeur’ te komen. In verscheidene gemeenten kreeg het activeringscentrum bijvoorbeeld de opdracht om de allochtone bewoners van een wijk bij elkaar te brengen. Op andere manieren lukte dat niet, via het centrum was de aanloop op een informatieavond juist groot.

Kracht van het concept

Voor de deelnemers zelf schuilt de grote kracht van het concept in hun eigen betrokkenheid. Al vanaf de opzet en ontwikkeling kunnen ze meepraten en -denken, en uiteindelijk hun ‘eigen’ centrum ontwikkelen. Daarbij dient wel aangetekend dat dit vooral gold voor de ‘eerste generatie’ deelnemers van een MAC. In een gemeente met een bestaand activeringscentrum is natuurlijk sprake van een bestaande infrastructuur. Ook in die gevallen moet de eigen regie voorop staan, en blijven de kracht van de deelnemers en de synergie van het groepsproces als uitgangspunt gelden. En wordt telkens het aangeboden dienstenpakket afgestemd op de deelnemers.

Gelijkwaardigheid en respect

Een belangrijke succesfactor is de andere benadering in het activeringscentrum. Er is sprake van werken op basis van gelijkwaardigheid en respect. En het geloof in kwaliteit bij iedereen. Die ontdekkingstocht werd ingezet en bleek onvermoede krachten aan te spreken. De mensen komen hun huis uit, leren gaandeweg Nederlands en bloeien weer op. Die eerste bewegingen, daar gaat het om. Dat principe klinkt zeer basaal en werkt natuurlijk nog altijd. Maar dat maakt de implementatie ervan nog niet vanzelfsprekend tot een eenvoudig proces.

Eerste stapjes

Radar is de activerende aanpak door de jaren heen altijd blijven inzetten. De mensen om wie het uiteindelijk gaat krijgen een belangrijke rol bij de zoektocht naar oplossingen. Onze aanpak heeft verschillende noemers gekend, zoals Eigen Kracht, Burgerkracht en Voor-en-Door. Stuk voor stuk termen die voor de buitenwacht gaandeweg aan kracht hebben ingeboet omdat ze te pas en te onpas klinken, ook vanuit een heel andere context. Maar dat doet bij een goede invulling niets af aan de kracht van de aanpak. “Eigen kracht is iets anders dan eigen verantwoordelijkheid”, aldus Clemens. “Want dan ga je mensen juist wegduwen. Mensen die niet in hun eigen kracht zitten kunnen geen verantwoordelijkheid nemen. Die moet je dus eerst in beweging krijgen, alleen dan kun je ze uit hun schijnbaar uitzichtloze situatie krijgen. Onze begeleiding is gericht op die eerste stapjes. Dat vergt veel zorg en aandacht.”

Organisch proces

Vanaf 2009 brak weer een economische laagconjunctuur aan, die de aandacht afleidde van de bodem van de kaartenbak, waardoor ook het aantal activeringscentra afnam. Toch zijn er nog altijd enkele centra actief in Nederland. Een mooi voorbeeld daarvan is het Wijkbedrijf Goes-Zuid. Incluzio runt dit centrum in Goes voor zowel de gemeente als GR De Bevelanden. Tegenwoordig is er meer ruimte voor commerciële activiteiten, waardoor er een nog sterkere mix ontstaat van ontplooiing, aandacht en werk.
Radar blijft de activerende aanpak gebruiken en zet de ervaringsdeskundigheid van de doelgroep regelmatig in. Daarbij profiteren we nog steeds van het organische proces dat wij vanaf 2005 hebben doorlopen, samen met bijstandsgerechtigden, professionals en gemeentelijke instanties.

Meer weten en contact

Wilt u meer weten over het IPW-project Maatschappelijke Activeringscentra van indertijd of bent u benieuwd hoe het concept van de activeringscentra nog altijd inzetbaar is om langdurig werklozen in beweging te krijgen? Neem contact op met: